Nieuwe ESRS definitief: minder datapunten, meer focus op wat echt relevant is
De Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage, beter bekend als de ESRS, zijn definitief vereenvoudigd. Dat is goed nieuws voor bedrijven die onder de CSRD vallen. De rapportage wordt korter, duidelijker en beter uitvoerbaar.
De belangrijkste conclusie is echter niet dat ESG of duurzaamheidsrapportage verdwijnt. Integendeel. De kern van de CSRD blijft overeind: bedrijven moeten inzicht geven in hun belangrijkste impact, risico’s en kansen op het gebied van duurzaamheid. Wat verandert, is de manier waarop zij dat moeten doen. Minder vinkjes, minder herhaling en minder verplichte datapunten. Meer ruimte om te focussen op de onderwerpen die er voor de onderneming en haar stakeholders werkelijk toe doen.
Waarom zijn de ESRS aangepast?
De eerste ESRS werden in 2023 vastgesteld. Bedrijven die als eerste onder de CSRD vielen, hebben inmiddels ervaring opgedaan met de toepassing ervan.
In de praktijk bleek de rapportage omvangrijk en complex. Niet alleen door het aantal datapunten, maar ook door de hoeveelheid toelichtingen, interpretatievragen en informatie die uit de waardeketen moest worden verzameld.
De Europese Commissie heeft de standaarden daarom aangepast. De doelen van deze herziening zijn duidelijk:
het aantal datapunten verminderen;
meer prioriteit geven aan kwantitatieve informatie;
duidelijker onderscheid maken tussen verplichte en vrijwillige informatie;
de toepassing van dubbele materialiteit verduidelijken;
herhaling tussen verschillende onderdelen voorkomen;
de aansluiting op andere Europese en internationale standaarden verbeteren;
de administratieve lasten en rapportagekosten verlagen.
Volgens de Europese Commissie daalt het aantal verplichte datapunten met ruim 60%. Het totale aantal datapunten neemt zelfs met meer dan 70% af. De verwachting is dat de rapportagekosten hierdoor met meer dan 30% per bedrijf kunnen dalen.
Dat is een forse vereenvoudiging. Maar het betekent niet dat bedrijven zich niet meer met ESG hoeven bezig te houden.

De dubbele materialiteitsanalyse blijft het vertrekpunt
De dubbele materialiteitsanalyse blijft de basis van de ESRS-rapportage.
Daarbij kijkt een onderneming vanuit twee perspectieven naar duurzaamheid.
Het eerste perspectief is de impact van de onderneming op mens en milieu. Dit noemen we impactmaterialiteit. Denk aan CO₂-uitstoot, arbeidsomstandigheden, biodiversiteit, mensenrechten of vervuiling.
Het tweede perspectief is de financiële invloed van duurzaamheidsontwikkelingen op de onderneming. Dit noemen we financiële materialiteit. Denk aan hogere energiekosten, fysieke klimaatschade, strengere regelgeving, schaarste aan grondstoffen of veranderend klantgedrag.
Een onderwerp is materieel als het vanuit één of beide perspectieven belangrijk genoeg is.
Wat verandert, is dat ondernemingen meer ruimte krijgen om deze analyse praktisch en gericht uit te voeren. Een onderneming mag nadrukkelijker beginnen vanuit haar bedrijfsmodel, strategie, activiteiten en bekende risicogebieden. Dat wordt de top-downbenadering genoemd.
Een bedrijf hoeft dus niet automatisch ieder mogelijk ESG-onderwerp tot in detail te onderzoeken. Het mag eerst bepalen waar de belangrijkste impact, risico’s en kansen waarschijnlijk zitten en vervolgens onderzoeken welke onderwerpen daadwerkelijk materieel zijn.
Dat maakt de analyse efficiënter, maar stelt nog steeds eisen aan de kwaliteit. Een onderneming moet kunnen uitleggen hoe de afweging is gemaakt en waarom bepaalde onderwerpen wel of niet als materieel zijn aangemerkt.
Minder datapunten betekent niet minder verantwoordelijkheid
De vermindering van het aantal datapunten is waarschijnlijk de meest zichtbare verandering. Maar bedrijven moeten voorkomen dat zij de nieuwe ESRS uitsluitend zien als een mogelijkheid om informatie te schrappen.
Het doel van de rapportage blijft om een getrouw beeld te geven van de belangrijkste duurzaamheidsonderwerpen van de onderneming.
Daarvoor is niet altijd een lange lijst indicatoren nodig. Een goede rapportage maakt vooral duidelijk:
welke ESG-onderwerpen materieel zijn;
waarom deze onderwerpen belangrijk zijn;
welke impact de onderneming veroorzaakt;
welke risico’s en kansen het bedrijfsmodel beïnvloeden;
welk beleid is vastgesteld;
welke acties worden uitgevoerd;
welke doelen zijn bepaald;
hoe de voortgang wordt gemeten;
wie binnen de organisatie verantwoordelijk is.
De nieuwe ESRS verschuiven daarmee de aandacht van rapporteren om het rapporteren naar het vertellen van een samenhangend en onderbouwd verhaal.
Minder beschrijvende teksten en minder herhaling
In veel eerste CSRD-rapportages werd dezelfde informatie op verschillende plaatsen herhaald. Een beleid, actie of doel kwam bijvoorbeeld terug bij meerdere standaarden en toelichtingsvereisten.
De nieuwe ESRS bieden meer ruimte om informatie op één logische plek te presenteren en daarnaar te verwijzen. Ook worden de eisen aan beleid, acties en doelen meer op principes gebaseerd. Dat betekent dat een onderneming niet steeds dezelfde standaardteksten hoeft op te nemen. De rapportage moet vooral duidelijk maken hoe het bedrijf een materieel onderwerp beheert. Een goed verslag hoeft daardoor niet langer te zijn om beter te worden. De uitdaging wordt juist om korter en duidelijker te rapporteren, zonder belangrijke informatie weg te laten.
Ondernemingen kunnen daarnaast een samenvatting opnemen en krijgen meer flexibiliteit in de presentatie van informatie. Ook mag de rapportage op grond van de Europese taxonomie in een afzonderlijke bijlage worden opgenomen.
Meer praktische ruimte bij informatie uit de waardeketen
Een van de lastigste onderdelen van de oorspronkelijke ESRS was het verzamelen van informatie uit de waardeketen. Bedrijven zijn voor deze informatie afhankelijk van leveranciers, klanten en andere zakenpartners. Die beschikken niet altijd over de gevraagde gegevens. Soms zijn data moeilijk verkrijgbaar of zouden de kosten en inspanningen om ze te verzamelen niet in verhouding staan tot het doel.
De nieuwe ESRS bieden meer ruimte om rekening te houden met deze praktische beperkingen. Ondernemingen mogen onder voorwaarden gebruikmaken van redelijke aannames, schattingen, sectorgegevens en andere ondersteunende informatie.
Ook wordt het beginsel van ‘ongerechtvaardigde kosten en inspanningen’ duidelijker toegepast. Een onderneming hoeft niet onbeperkt tijd en geld te besteden aan informatie die zeer moeilijk verkrijgbaar is.
Dit betekent niet dat waardeketeninformatie niet meer nodig is. De onderneming moet nog steeds redelijke en verdedigbare inspanningen leveren en transparant zijn over de gebruikte gegevens, aannames en beperkingen. Tegelijkertijd sluit deze aanpak beter aan bij de praktijk. Een goede schatting kan in sommige gevallen bruikbaarder zijn dan wachten op perfecte informatie die niet beschikbaar komt.
Vereenvoudiging van klimaatrapportage
Klimaatverandering blijft een belangrijk onderdeel van de ESRS. Ondernemingen waarvoor klimaat materieel is, moeten onder meer inzicht geven in:
hun broeikasgasemissies;
klimaatrisico’s en klimaatkansen;
doelen voor emissiereductie;
maatregelen om de uitstoot te verminderen;
eventuele klimaattransitieplannen;
mogelijke financiële gevolgen van klimaatverandering.
Ook hier worden verschillende eisen verduidelijkt en vereenvoudigd.
Bij de berekening van broeikasgasemissies komt meer ruimte voor schattingen en secundaire gegevens wanneer primaire informatie niet redelijk beschikbaar is. Vooral voor scope 3-emissies is dat relevant. Deze emissies ontstaan in de waardeketen en zijn vaak moeilijk rechtstreeks te meten.
De eisen rondom klimaattransitieplannen worden eveneens verduidelijkt. Niet iedere onderneming hoeft automatisch een volledig transitieplan te hebben. Maar wanneer klimaatverandering materieel is en een onderneming doelen of een transitieplan heeft vastgesteld, moet zij daar duidelijk en samenhangend over rapporteren.
De boodschap blijft dus: weet waar je uitstoot ontstaat, begrijp welke klimaatrisico’s jouw onderneming raken en bepaal welke acties nodig zijn om toekomstbestendig te blijven.
Financiële effecten mogen soms kwalitatief worden toegelicht
Het kwantificeren van de financiële gevolgen van duurzaamheidsrisico’s en kansen is voor veel bedrijven ingewikkeld. Wat kost fysieke klimaatschade mogelijk in 2030? Wat betekent grondstoffenschaarste voor toekomstige marges? Welke financiële waarde heeft een verduurzamingskans die nog niet volledig is ontwikkeld? De herziene ESRS bieden meer ruimte om toekomstige financiële effecten kwalitatief toe te lichten wanneer een betrouwbare kwantitatieve berekening nog niet mogelijk is of buitensporig veel kosten en inspanning vraagt.
Een onderneming moet dan wel uitleggen:
wat het verwachte financiële effect is;
op welke onderdelen van de onderneming dit invloed kan hebben;
binnen welke termijn het effect kan optreden;
waarom nog geen betrouwbare kwantitatieve inschatting kan worden gemaakt.
Dat is realistischer dan het verplicht presenteren van bedragen die vooral een schijnzekerheid opleveren.
Meer ruimte bij overnames en veranderingen in de organisatie
Overnames, afstotingen en veranderingen in de organisatiestructuur kunnen een grote invloed hebben op duurzaamheidsdata. Nieuwe bedrijfsonderdelen beschikken niet altijd direct over alle informatie die nodig is voor een volledige ESRS-rapportage.
De nieuwe standaarden bieden hiervoor praktische verlichting. Bedrijven krijgen meer ruimte om uit te leggen welke informatie nog niet beschikbaar is en hoe deze in toekomstige rapportages wordt opgenomen.
Ook worden de regels verduidelijkt voor gezamenlijke activiteiten en situaties waarin slechts een deel van de waardeketen binnen het rapportagebereik valt.
Hierdoor wordt de rapportage beter uitvoerbaar voor ondernemingen die groeien, internationaal actief zijn of regelmatig bedrijven overnemen.
Wat verandert er niet?
Door alle aandacht voor vereenvoudiging kan de indruk ontstaan dat de Europese duurzaamheidsambities worden losgelaten. Dat is niet de juiste conclusie.
Een aantal fundamentele onderdelen blijft bestaan:
de dubbele materialiteitsanalyse;
rapportage over materiële impact, risico’s en kansen;
de koppeling met strategie en bedrijfsmodel;
informatie over beleid, acties, doelen en prestaties;
verantwoordelijkheid van bestuur en toezicht;
rapportage over klimaat, milieu, medewerkers, waardeketen en zakelijk gedrag als deze onderwerpen materieel zijn;
externe assurance over de duurzaamheidsrapportage.
De ESRS worden dus eenvoudiger, maar niet vrijblijvend.
Bedrijven moeten nog steeds aantonen dat zij begrijpen welke duurzaamheidsontwikkelingen hun onderneming raken en welke impact zij zelf veroorzaken.
Wanneer gelden de nieuwe ESRS?
De herziene ESRS worden verplicht voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027. Voor boekjaren die in 2026 beginnen, geldt een overgangsregeling. Ondernemingen die al onder de CSRD rapporteren, kunnen kiezen voor:
de bestaande ESRS;
de nieuwe vereenvoudigde ESRS;
de bestaande ESRS in combinatie met een aantal specifieke vrijstellingen uit de nieuwe standaard.
De onderneming moet in haar duurzaamheidsverslag duidelijk vermelden welke versie zij toepast. Dit betekent dat bedrijven die in 2026 rapporteren een bewuste keuze moeten maken. Direct overstappen kan een aanzienlijke vermindering van de rapportagelast opleveren, maar vraagt ook om een goede beoordeling van de gevolgen voor processen, systemen, vergelijkbaarheid en assurance.
Wat betekent dit voor bedrijven die buiten de CSRD vallen?
Door de beperking van de CSRD-scope zullen veel ondernemingen niet langer verplicht zijn om volgens de ESRS te rapporteren.
Dat betekent niet dat zij niets meer met duurzaamheidsinformatie hoeven te doen. Grote klanten, banken, investeerders en andere stakeholders kunnen deze informatie nog steeds nodig hebben.
Voor ondernemingen buiten de CSRD is daarom de vrijwillige VSME-standaard ontwikkeld. Deze standaard is eenvoudiger en proportioneel en helpt bedrijven om op een herkenbare manier informatie te geven over onder andere CO₂, energie, medewerkers, circulariteit, mensenrechten en klimaatrisico’s.
Er ontstaat daarmee een duidelijk onderscheid:
bedrijven binnen de CSRD rapporteren volgens de ESRS;
bedrijven buiten de CSRD kunnen de VSME gebruiken;
het waardeketenplafond begrenst welke informatie CSRD-plichtige bedrijven voor hun rapportage mogen eisen van ondernemingen met maximaal 1.000 werknemers.
Voor groepen met verschillende bedrijven kan dit relevant zijn. De moedermaatschappij kan bijvoorbeeld onder de CSRD vallen, terwijl kleinere leveranciers, deelnemingen of zakenpartners gebruikmaken van de VSME.
Onze oproep: gebruik de vereenvoudiging om de rapportage beter te maken
De nieuwe ESRS geven bedrijven de kans om hun duurzaamheidsrapportage opnieuw in te richten. Niet door simpelweg zoveel mogelijk datapunten te verwijderen, maar door terug te gaan naar de kern:
Wat is voor onze onderneming werkelijk materieel?
Welke impact hebben wij op mens en milieu?
Welke duurzaamheidsrisico’s bedreigen ons toekomstige verdienvermogen?
Welke kansen kunnen ons bedrijfsmodel versterken?
Welke doelen willen we bereiken?
Welke acties voeren we uit?
Hoe meten en sturen we de voortgang?
Een sterke ESRS-rapportage begint daarom niet bij de datapunten. Zij begint bij de strategie, het bedrijfsmodel en de dubbele materialiteitsanalyse.
Onze oproep is dan ook: wacht niet tot het volgende rapportagemoment. Beoordeel nu wat de nieuwe ESRS betekenen voor jouw materialiteitsanalyse, dataverzameling, klimaatrapportage en duurzaamheidsverslag.
Gebruik de vereenvoudiging niet alleen om minder te rapporteren. Gebruik haar vooral om scherper te kiezen, duidelijker te sturen en een rapportage te maken die werkelijk inzicht geeft in de toekomstbestendigheid van de onderneming.
Hulp nodig bij de overstap naar de nieuwe ESRS?
ESG-Consultancy helpt ondernemingen bij:
het uitvoeren of actualiseren van de dubbele materialiteitsanalyse;
het bepalen van de gevolgen van de nieuwe ESRS;
het opnieuw beoordelen van materiële thema’s en datapunten;
het inrichten van ESG-doelen, KPI’s en verantwoordelijkheden;
het opstellen van een klimaattransitieplan;
het verbeteren van de structuur en leesbaarheid van het duurzaamheidsverslag;
het voorbereiden van de organisatie op rapportage en assurance;
de keuze tussen ESRS en VSME binnen een organisatie of waardeketen.
Wil je weten wat de nieuwe ESRS concreet veranderen voor jouw onderneming? Neem gerust contact met ons op. We denken graag mee over een aanpak die praktisch uitvoerbaar is én bruikbare informatie oplevert.
Minder rapportagelast is goed. Maar de echte winst ontstaat wanneer de informatie helpt om betere keuzes te maken.
ESG zonder gedoe.





