Omnibus: eindelijk duidelijkheid over de toekomst van CSRD en CSDDD
- mvo-enzo
- 8 jan
- 4 minuten om te lezen
De Europese Unie zet met Omnibus IĀ een duidelijke koerswijziging in op het gebied van duurzaamheidswetgeving. Waar eerdere voorstellen sterk inzetten op brede toepassing en gedetailleerde verplichtingen, kiest de EU nu nadrukkelijk voor focus, proportionaliteit en uitvoerbaarheid.
Op 16 december 2025 heeft het Europees Parlement ingestemd met de definitieve tekst. De formele goedkeuring door de Raad van de EU volgt naar verwachting begin 2026. Omdat inhoudelijke wijzigingen niet meer worden verwacht, is dit hét moment voor organisaties om te begrijpen wat deze aanpassingen concreet betekenen.
In deze blog belichten wij de impact van Omnibus I op twee kerninstrumenten van het Europese duurzaamheidsbeleid:
de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD)
de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD)

1. Minder bedrijven onder de regels: bewuste inperking van de reikwijdte
Een van de meest opvallende wijzigingen is dat aanzienlijk minder ondernemingenĀ onder de CSRD en CSDDD gaan vallen.
CSRD: rapportageplicht alleen nog voor echt grote spelers
De CSRD richt zich voortaan uitsluitend op ondernemingen met:
meer dan 1.000 werknemers, Ʃn
een netto-omzet boven ā¬450 miljoen.
Beursgenoteerde mkb-bedrijven verdwijnen volledig uit beeld, net als financiƫle holdings. Ook voor niet-EU-concerns gelden strengere omzetdrempels voordat zij onder de Europese rapportageverplichtingen vallen.
De Europese Commissie zal pas in 2031Ā opnieuw beoordelen of deze afbakening nog passend is. Voor ondernemingen buiten de scope komen er vrijwillige rapportagestandaardenĀ beschikbaar.
CSDDD: zorgplicht alleen voor de grootste ketens
Bij de CSDDD is de verschuiving nog duidelijker. De zorgplicht geldt alleen nog voor ondernemingen met:
meer dan 5.000 werknemers, Ʃn
een wereldwijde omzet van meer dan ā¬1,5 miljard.
Daarmee verlegt de EU de focus expliciet naar ondernemingen met de grootste systemische impact. Wel blijft de mogelijkheid bestaan dat hoogrisicosectoren in de toekomst alsnog apart worden aangewezen.
2. Bescherming van kleinere ketenpartners centraal
Een tweede rode draad in Omnibus I is de bescherming van kleinere ondernemingen in waardeketens.
āBeschermde ondernemingenā in de CSRD
Ondernemingen met maximaal 1.000 werknemers die onderdeel zijn van de keten van een CSRD-plichtige partij krijgen een bijzondere positie. Zij:
mogen uitgebreide informatieverzoeken weigeren;
hoeven niet meer te rapporteren dan wat onder vrijwillige standaarden valt;
kunnen niet contractueel worden gedwongen tot extra rapportage.
Zelfs als aanvullende informatie wordt gevraagd, moet expliciet worden aangegeven dat het verzoek verder gaat dan de vrijwillige normen Ʃn dat weigering is toegestaan.
Minder datadruk onder de CSDDD
Ook binnen de zorgplicht geldt dat informatie alleen mag worden opgevraagd wanneer die redelijkerwijs beschikbaarĀ is. Kleine ketenpartners mogen niet structureel worden belast met diepgaande analyses of rapportages, zeker niet als informatie elders kan worden verkregen.
3. Van volledige ketenanalyse naar risicogestuurde aanpak
De EU laat het idee los dat ondernemingen hun volledige waardeketen tot op entiteitsniveau moeten doorlichten.
Focus op risicogebieden
Onder de CSDDD volstaat voortaan een globale risicoanalyse, waarbij ondernemingen kijken naar:
sectoren,
regioās,
type activiteiten.
Pas wanneer daar verhoogde risicoās worden vastgesteld, volgt verdiepend onderzoek. Deze aanpak sluit beter aan bij hoe due diligence in de praktijk uitvoerbaar is.
Ook prioritering wordt expliciet toegestaan: als risicoās bij directe en indirecte partners vergelijkbaar zijn, mogen ondernemingen zich eerst richten op directe relaties.
4. Minder harde verplichtingen, meer ruimte voor proportionaliteit
Omnibus I versoepelt meerdere verplichtingen die in eerdere versies als zwaar en juridisch risicovol werden ervaren.
Geen sectorspecifieke ESRS en geen redelijke assurance
Voor de CSRD geldt:
geen verplichte sectorspecifieke rapportagestandaarden meer;
geen overstap naar redelijke mate van assurance ā beperkte assurance blijft voldoende.
Zorgplicht zonder verplichte relatiebeƫindiging
Binnen de CSDDD is de verplichting geschrapt om zakelijke relaties te beƫindigen als laatste redmiddel. Lidstaten mogen dit nog wel nationaal regelen, maar het is geen EU-brede verplichting meer.
Ook geldt dat:
vervolgmaatregelen alleen nodig zijn als succes redelijkerwijs verwacht mag worden;
voortzetting van een relatie niet automatisch leidt tot sancties of aansprakelijkheid.
Klimaattransitieplan volledig geschrapt
De verplichting om een klimaattransitieplan op te stellen en uit te voeren is volledig uit de CSDDD verwijderd.
5. Minder Europese eenheid, meer nationale verschillen
Een belangrijke ā maar minder zichtbare ā wijziging is dat de EU afziet van een volledig geharmoniseerd aansprakelijkheidsregime.
Nationale aansprakelijkheidssystemen leidend
Lidstaten moeten wel zorgen voor effectieve rechtsbescherming, maar mogen:
zelf bepalen hoe aansprakelijkheid wordt vormgegeven;
eigen criteria hanteren voor causaliteit en toerekening.
Collectieve acties zijn niet langer verplicht op EU-niveau. In Nederland blijft dit mogelijk via bestaande wetgeving, maar dat geldt niet automatisch voor andere lidstaten.
6. Lagere boetes, latere invoering
Tot slot:
het maximale boeteniveau onder de CSDDD is verlaagd naar maximaal 3% van de wereldwijde omzet;
lidstaten moeten de regels implementeren uiterlijk 26 juli 2028;
ondernemingen krijgen tot 26 juli 2029Ā voordat toepassing verplicht wordt.
Wat betekent dit voor organisaties?
Omnibus I markeert een duidelijke verschuiving:
minder verplichtingen voor meer bedrijven,
meer focus op grote spelers,
meer ruimte voor risicogestuurd en proportioneel handelen.
Voor organisaties die binnen scope blijven, verandert de aard van compliance: minder checklist-denken, meer strategische afwegingen. Voor organisaties buiten scope ontstaat ruimte voor vrijwillige, strategische ESG-positioneringĀ in plaats van verplichte rapportage.
De VSME biedt een toegankelijk kader voor vrijwillige verslaglegging, maar vormt voor grotere organisaties met internationale waardeketens, diverse stakeholderverwachtingen en verhoogde ESG-risicoās vaak slechts een eerste oriĆ«ntatie.
ESG-Consultancy begeleidt organisaties bij het verdiepen en professionaliseren van deze basis, zodat ESG niet alleen voldoet aan externe verwachtingen, maar daadwerkelijk bijdraagt aan risicobeheersing, waardecreatie en een toekomstbestendige strategie.






Opmerkingen